Reims is voornamelijk bekend om zijn kathedraal, waar vrijwel alle koningen sinds Clovis zijn gekroond en natuurlijk als hoofdstad van de Champagne. Bij onze eerste kennismaking hielden we het bij de kathedraal en een korte wandeling door de stad.
Achteraan de kathedraal bleef Dominiek verwonderd kijken naar een glasraam dat anders was dan alle andere. Traditionele glasramen beelden bijbelse taferelen uit. We zijn bekend met abstracte glasramen, zoals in de grote kerk van Mézières. Dit was bijbels en toch modern. Een nader toezicht leerde dat hier de hand van Marc Chagall aan het werk was geweest. Mij was het niet positief opgevallen maar Dominiek herkent spontaan grote kunst.
Een bezoekje aan de kelders van Veuve Cliquot is voor een andere keer. Als grote liefhebbers van art déco komen we echter zeker terug om een heuse rondrit te maken langs alle gebouwen die Reims rijk is in deze stijl. De stad is immers zwaar verwoest tijdens de eerste wereldoorlog en nadien besloot men het Middeleeuwse stadsdeel niet herop te bouwen. Daardoor is ze gezegend met heel wat architectuur uit het interbellum. Een overzicht daarvan vind je op deze Franse wikipedia-pagina.
Om één of andere reden staat de Villa Demoiselle niet in die lijst vermeld, terwijl het wel het meest opvallende exemplaar is van alle: een enorme villa, gerestaureerd door de Belg Paul François Vranken en te bezoeken met of zonder gids. Bij de gids hoort een glaasje champagne want de familie Vranken staat aan het hoofd van de tweede grootste champagnegroep van het land (en bijgevolg de wereld) met merken als Pommery, Lafitte en Heidsieck.
Achter de kathedraal merkten wij de bibliotheek op die dankzij een schenking van Andrew Carnegie gebouwd is kunnen worden. Ook hier is een langer bezoek aan de orde maar wat vrij toegankelijk is, vervulde ons al met bewondering.
Het verleidde me tot de gedachte dat het toerisme in Europa gecentreerd is rond de kerken en kathedralen, symbolen van macht, blind geloof en misbruik, terwijl de symbolen van kennis, ontvoogding en ontwikkeling meestal weggedrumd zitten in een hoekje. Carnegie besefte tenminste dat de werkelijke kathedralen van onze cultuur, namelijk de bibliotheken, een architectonisch zetje verdienen. De bibliotheek van Reims is een mooi voorbeeld van hoe het kan. Laat ons dus wat vaker bibliotheken bezoeken en wat minder kerken. Als ze gehuisvest worden in mooie gebouwen, zal dat des te sneller gebeuren. En nu ik erover denk: waarom halen we onze gram niet op duizend jaar duisternis en vullen we onze leeglopende kerken niet met boeken?

Ga ook eens naar de Saint Rémy kerk, vind ik zelf nog mooier dan de kathedraal.
BeantwoordenVerwijderen