maandag 24 december 2018

La vallée de misère

Ze kunnen er soms toch wat van, een stuk natuur een naam geven die erg tot de verbeelding spreekt. "La vallée de Misère" is er zo een en het is voorlopig nog gissen naar de oorsprong van die naam. De vallei volgt de beek van "le Ruisseau des Moulins". Je kan ze bereiken door in Rocroi op de halve ringweg een straat in te slaan die bijna pal west loopt en die eveneens "Vallée de Misère" heet. Het is een heel mooie holle weg, die wat doet denken aan Engelse wegjes waarop je je steeds afvraagt "okee, en wat als er nu een tegenligger komt".

Wij hebben de wandeling integraal op die holle weg gemaakt, heen en terug, want in de bossen waren ze net aan het jagen. Ooit maak ik dus nog een update van deze bijdrage. Het idee was om de "Chemin de la grosse pierre" te volgen, tot aan de verharde weg, dan linksaf te slaan, terug tot op de asfaltweg, dan even naar de grote weg tussen Rocroi en Revin om de beek over te steken en dan de beek volgen richting Rocroi en zien waar we uitkomen om naar de parkeerplaats te kunnen terugkeren.

De moeite waard om te proberen, of wachten tot ik de aansluitingen gevonden heb. Hieronder vind je de bewegwijzerde route van 11 km zoals vooropgesteld in Rocroi.



Bewegwijzerde wandelingen in Haybes

We hadden het al eens over het maison des randonnées in Haybes, waar je fietsen kan huren, kaarten kopen en versnaperingen of drankjes nuttigen. Links van het centrum loopt een asfaltweg waarlangs drie bewegwijzerde wandelingen vertrekken: een rode (12 km), een blauwe (8 km) en een groene (6km). Om het gemakkelijk te maken, is de groene wandeling op de kaart in het geel gemarkeerd, maar ik knies: ze hebben echt hun best gedaan om te vermijden dat je verdwaalt want om de vijftig à 100 meter hangt een bordje.

Wij hebben de blauwe en de groene gedaan en de kortste is de mooiste over heel de lijn. Alle drie lopen ze eerst omhoog, langs de beek die de ietwat vermakelijke naam "Mohron" draagt. Een schilderachtig valleitje! De blauwe steekt de weg over, terwijl de groene de beek terug naar beneden volgt om ze verderop over te steken. Toen wij er waren, was de beek al zo breed en diep dat we ze niet meer konden doorwaden en pas aan het stenen brugje de groene wandeling konden hernemen.

Via het bos, langs de weg van Haybes naar Les Hautes Buttés, kom je dan aan een fantastisch uitzichtpunt over Fumay. Het is moeilijk te bevatten dat je zoveel hoogte hebt gewonnen op een al bij al gelijkmatig pad. Van het uitzichtpunt gaat de groene wandeling verder tussen veld en bos, op een werkelijk prachtig pad. In het bos achter het centrum raakten we zowel op de blauwe als op de groene wandeling het pad kwijt. Ik heb de indruk dat het zich daar verlegd heeft naar de mountainbike-route. Echt een probleem is dat niet want je kan zonder veel moeite door het bos afdalen naar de asfaltweg, of effectief het MTB-pad volgen.



zaterdag 3 november 2018

Roche à Fépin

De bossen van Hargnies bieden een eindeloos scala aan wandelmogelijkheden. Eén van de populairste bestemmingen is het uitkijkpunt aan de "Roche à Fépin", een rots die zich niet in Fépin, maar wel tegenover dat dorp bevindt, aan de overkant van de Maas.

Je kan dat punt bereiken door vanuit Montignies-sur-Meuse naar omhoog te klimmen maar er is ook een kalmere variant die ik hier heb afgebeeld.


Hierges en zijn kasteel

Het kasteel van Hierges valt meteen op als je vanuit Vireux-Molhain richting Givet rijdt. Hierges is een klein dorp, met mooi onderhouden kasseiweggetjes en dito gerenoveerde huizen.
Het kasteel doorstond heel wat oorlogen en bezettingen, maar is uiteindelijk toch tot een ruïne herleid door Dellecolle, die in 1793, hoewel officieel burgemeester van Givet, samen met zijn broer de streek plunderde en omliggende dorpen vernielde.

https://fr.wikipedia.org/wiki/Ch%C3%A2teau_de_Hierges

Met de app Wikiloc, die veel gebruikers heeft in de Ardennen, vond ik een mooie wandeling van zo'n 7 km. Die leidt vanuit het dorp noordoostwaarts, de bergflank op naar een "parcours sportif" dat volgens ons niet zo vaak meer wordt gebruikt. Dan glooit het aangenaam richting het Belgische dorp Vaucelles, om via de zuidwestelijke kant van het kasteel terug te leiden naar Hierges.

donderdag 1 november 2018

Interactieve kaart met drijfjachten in 2018

Op deze site vind je een handige interactieve kaart om te weten waar in de Franse Ardennen je kan wandelen zonder de jacht te hinderen (of omgekeerd!)

https://www.parc-naturel-ardennes.fr/calendrier-chasse/foret-communale-dhargnies/

zondag 7 oktober 2018

Felenne

Felenne ligt in België en is een deelgemeente van Beauraing. Het moet één van de meest afgelegen dorpen zijn van ons land. Je kan het bereiken via de N981 vanuit Winenne in België en vanuit Flohimont in Frankrijk. Die Nationale is amper een doorgangsweg te noemen: ze lijkt wel speciaal voor Felenne een grote bocht te maken. Een kleinere weg, de "rue des Ardennes" leidt naar Willerzie, nog een grensdorp met Frankrijk, dat echter al tot Gedinne behoort.

Langs die weg ligt ook Bourseigne-neuve, en daar vlakbij Bourseigne-vieille. We wandelden er gedurende een uur en kwamen al die tijd 2 wagens tegen. De stilte is er ongelooflijk.

Hieronder de wandeling, half over verhard pad, half asfalt.


dinsdag 7 augustus 2018

Het kasteel van Montcornet

Een van de grootste Middeleeuwse kastelen van de streek. Beneden het kasteel bouwt men aan een kunstmatig dorp om scholen en toeristen te lokken, een beetje zoals Samarobriva in Amiens. Wij denken niet dat dat nu nog de juiste manier is - er is misschien meer te doen met virtual of augmented reality die gebruik maakt van de ruïnes zelf. De korte wandeling rondom het kasteel is de moeite waard.

Officiële site: https://chateaudemontcornet.fr/
Wikipedia: https://fr.wikipedia.org/wiki/Ch%C3%A2teau_de_Montcornet

Monthermé


Een weinig ronkende naam voor wat toch de monding is van de Semois in de Maas - twee belangrijke rivieren van ons Franstalig landsdeel. Hier knoopt de Voie Verte Transardenne aan met een ander fietspad, La Transemoise, dat langs de Semois voert tot het stadje Les Hautes Rivières. In de hete zomer van 2018 zaten de gezinnen hier gewoon in de Semois. Ik weet niet of dat een primeur is maar ik associeer de Semois doorgaans niet met languit liggen in het water.

Een andere goede reden om hier te komen is de abdij van Laval-Dieu. Ze is open op dinsdag, donderdag en zaterdag.

Rocroi

Dit vestingstadje is op een heuvel gelegen, langs de nieuwe autoweg die Reims met Brussel moet verbinden maar die momenteel even voorbij Rocroi ophoudt te bestaan. De vestingen zijn goed bewaard en doen dienst als een recreatieve ruimte. In de winter van 2017 zagen we enkele wandelaars, in de zomer van 2018 een lawaaimaker met een quad. Eén uitzondering: een jongetje van ongeveer 12 jaar die er elke dag komt trainen met de mountainbike. Hij is enorm behendig en krachtig. In volle hitte zagen we hem 's anderendaags met de koersfiets langs de voie verte rijden. Daar horen we nog van. Wij gaan er heen voor de fit-o-meter en dan vooral de twee toestellen die in de schaduw van het bos opgesteld staan. Binnen de vestingmuren is er danig wat leven, vooral van motards die de "route des fortifications" aandoen en hier halt houden voor een frisse teug in de zomer of een OXO in de winter.

woensdag 1 augustus 2018

Reims - kathedraal, champagne en art déco

Reims is voornamelijk bekend om zijn kathedraal, waar vrijwel alle koningen sinds Clovis zijn gekroond en natuurlijk als hoofdstad van de Champagne. Bij onze eerste kennismaking hielden we het bij de kathedraal en een korte wandeling door de stad.

Achteraan de kathedraal bleef Dominiek verwonderd kijken naar een glasraam dat anders was dan alle andere. Traditionele glasramen beelden bijbelse taferelen uit. We zijn bekend met abstracte glasramen, zoals in de grote kerk van Mézières. Dit was bijbels en toch modern. Een nader toezicht leerde dat hier de hand van Marc Chagall aan het werk was geweest. Mij was het niet positief opgevallen maar Dominiek herkent spontaan grote kunst.


Een bezoekje aan de kelders van Veuve Cliquot is voor een andere keer. Als grote liefhebbers van art déco komen we echter zeker terug om een heuse rondrit te maken langs alle gebouwen die Reims rijk is in deze stijl. De stad is immers zwaar verwoest tijdens de eerste wereldoorlog en nadien besloot men het Middeleeuwse stadsdeel niet herop te bouwen. Daardoor is ze gezegend met heel wat architectuur uit het interbellum. Een overzicht daarvan vind je op deze Franse wikipedia-pagina.

Om één of andere reden staat de Villa Demoiselle niet in die lijst vermeld, terwijl het wel het meest opvallende exemplaar is van alle: een enorme villa, gerestaureerd door de Belg Paul François Vranken en te bezoeken met of zonder gids. Bij de gids hoort een glaasje champagne want de familie Vranken staat aan het hoofd van de tweede grootste champagnegroep van het land (en bijgevolg de wereld) met merken als Pommery, Lafitte en Heidsieck.

Achter de kathedraal merkten wij de bibliotheek op die dankzij een schenking van Andrew Carnegie gebouwd is kunnen worden. Ook hier is een langer bezoek aan de orde maar wat vrij toegankelijk is, vervulde ons al met bewondering.





Het verleidde me tot de gedachte dat het toerisme in Europa gecentreerd is rond de kerken en kathedralen, symbolen van macht, blind geloof en misbruik, terwijl de symbolen van kennis, ontvoogding en ontwikkeling meestal weggedrumd zitten in een hoekje. Carnegie besefte tenminste dat de werkelijke kathedralen van onze cultuur, namelijk de bibliotheken, een architectonisch zetje verdienen. De bibliotheek van Reims is een mooi voorbeeld van hoe het kan. Laat ons dus wat vaker bibliotheken bezoeken en wat minder kerken. Als ze gehuisvest worden in mooie gebouwen, zal dat des te sneller gebeuren. En nu ik erover denk: waarom halen we onze gram niet op duizend jaar duisternis en vullen we onze leeglopende kerken niet met boeken?

dinsdag 31 juli 2018

La voie verte Transardenne


Fumay ligt - zoals intussen bekend - aan de Maas. Langs die Maas ligt een jaagpad dat de Franse overheid heeft verbreed en geasfalteerd tot "La voie verte transardenne".

Hier vind je een overzicht van alle voie vertes in Frankrijk. Best een indrukwekkend netwerk en als ze alle van dezelfde kwaliteit zijn als de Transardenne, dan zeg ik "casquette"!

Fietsen kan je huren in Monthermé, Revin en Haybes. Zelf heb ik de Koga Miyata mee. Tot nu toe heb ik telkens een uurtje noordwaarts en zuidwaarts gereden, eerst tot Vireux en 's anderendaags tot Revin. Het is erg warm in de zomer van 2018 en dus hou ik het fietsen voor na 18u.

Het parcours is uiteraard vlak, want gelegen langs de Maas, maar toch wijkt het hier en daar af van het bekken en dan heb je korte nijdige stukjes, vooral wanneer het traject een dorp aandoet.

Hier kan je gratis een boekje downloaden met het volledige traject van 117 km, van Givet naar Remilly-Aillicourt.



Het woud van Hargnies

Wandelen kan in de Maasvallei natuurlijk langs de Maas, maar in de Franse Ardennen is het vooral de bedoeling de bossen in te trekken. Dat deden wij een eerste schuchtere keer in het woud van Hargnies.

Hargnies ligt ten noordoosten van Fumay, op het kruispunt van de départementales 7 en 989, die respectievelijk Haybes met het Belgische Willerzie (Gédinne) en Vireux met Monthermé verbinden. Het is omgeven door bossen, waarin tal van verharde "routes forestales" het erg makkelijk wandelen maken. Toch opletten, want de heuvelrug daalt in westelijke richting snel naar de Maas en in oostelijke richting nog sneller naar de Houille, een zijrivier van de Maas met bron in Gédinne en monding in Givet. En "what goes down, must come up".

Die Houille lijkt me overigens een interessante rivier om eens te volgen. Tussen Vencimont en Landrichamps ligt daar enkel een uitgestrekt woud en één dorpje, Felenne, dat volgens mij een van de meest afgelegen oorden van België moet zijn.

Onze wandeling keken we af van Wikiloc, een alternatief voor Routeyou dat alvast in deze streek meer in zwang lijkt. Ik heb de app gedownload en denk er sterk over om met te abonneren op de betalende versie voor 5€ per jaar.

De tocht was iets meer dan 7 km lang en loopt over glooiende verharde weg. De kloven van de Houille bereikten we net niet. Dat is voor een volgende keer. Behalve twee houtzagers met een hoog Deliverance-gehalte - ze aten hun boterhammekes terwijl de met tractor aangedreven boomzaag nog vrolijk stond te tuffen en keken ons onbehaaglijk lang na - zagen we niemand. Het hoogseizoen zal hier de herfst wel zijn.

vrijdag 27 juli 2018

Wielertoerisme rond Fumay

Enkele routes die ik al dan niet heb gefietst:

  1. Over the hills but not too far away  - 63 km en bijna 1000 hoogtemeters (platter alternatief)
  2. Ticket naar Orval - 120 km naar de abdij van Orval, grotendeels langs de Voie Verte en dus maar 532 hoogtemeters
  3. Heen en terug naar Chimay - die abdij ligt wat dichterbij en een retourtje behoort dus tot de mogelijkheden, met 637 hoogtemeters voor 74 km.
  4. Grensoverschrijdend peddelen - een ritje vanuit het Belgische Willerzie, waar vriend Alain een stulpje heeft, naar omliggende dorpen
  5. Vireux verkennen - opnieuw starten in Willerzie, rustig dalen naar Vireux, terug langs de Maas en eindigen met de helling van Hargnies
  6. Charnois-Charnois - voie verte en dan de heuvels van Beauraing of omgekeerd (71, 837)
  7. Hierges - Mariembourg - naar het kasteel van Hierges, de Ravel naar Mariembourg en via Regniessart naar huis (62, 608)
  8. De Thiérache - van de Lac des vieilles forges naar het hageland, het kasteel van Montcornet en terug

Fumay - toeristische informatie


Fumay heeft een industriële geschiedenis als voormalige hoofdstad van de leisteen. In het Frans heet dit "l'ardoise". De winning van leisteen heeft aanzienlijke holtes uitgegraven in het centrum van Fumay. Volgens de notaris moeten we ons daar geen zorgen over maken. De "ardoisières" zijn niet toegankelijk voor het publiek: de meeste grotten zijn intussen ondergelopen met grondwater en water van de Maas. Jammer, want deze milde speleologie zou een aantrekkingspool kunnen zijn.


Activiteiten

Wie zijn claustrofobie niet op de proef kan stellen, kan dat misschien wel met zijn hoogtevrees. Fumay beschikt over een avonturenpark, "Terraltitude". De spectaculairste attractie is ongetwijfeld die waarbij men vastgebonden op een plank met het hoofd vooruit van een kabel over de Maas zoeft.


Op de hellingen die Fumay omzomen, kan je enkele ontboste stukjes zien vanwaar de parapentisten vertrekken. Ik ben niet thuis in die wereld en neem aan dat de liefhebbers zelf best weten hoe daar te geraken. Alvast een sfeerbeeld:



Voor de iets kalmere en vooral rijkere toeristen onder ons, beschikt Fumay over een haventje met een eigen capitainerie, waar je je kan melden om je yacht aan te meren.

Voorts kan je er fietsen en wandelen:
  • Wandelen: hiervoor plukken we de wandelingen van WikiLoc. Wij hebben tot nog toe enkel korte wandelingen gemaakt langs weerskanten van de Maas en in het dorp.
  • Rustig fietsen: Fumay ligt aan de Voie verte, een jaagpad langs de Maas. Het stuk dat als "voie verte" is aangeduid, loopt van Givet tot aan Remilly-Aillicourt, ten zuiden van Sedan. Dit parcours is uiteraard volledig vlak, op enkele bruggen na die je van de ene oever naar de andere leiden en korte stukjes door de stadjes langs de Maas.
  • Sportief fietsen: zelf ben ik niet vies van een stukje wielertoerisme en gebruik ik Fumay als uitvalsbasis. Meer hierover op Wielertoerisme rond Fumay.
Zwemmen kan binnen en buiten
  • Het zwembad van Fumay hebben we zelf nog niet geprobeerd maar krijgt heel goeie recensies, alleen de openingstijden stemmen tot ontevredenheid.
  • We hebben al onverlaten in de Maas zien zwemmen, maar dat zouden we toch niet aanraden. Op een kwartiertje ligt het waterpark van le lac des vieilles forges. In de hete zomer van 2018 was het water erg warm. Het deed ons een beetje denken aan Lake of the Ozarks, uit de gelijknamige serie.
Verblijf: voor een gastenverblijf raden we de Chambre d'Hotes "Au temps jadis" aan. Het is mooi gelegen langs de kade van de Maas. Zelf verbleven we er nog niet, dus we kunnen niet zeggen of de nabijgelegen brug 's nachts voor hinder zorgt, maar er is dan erg weinig verkeer dus dat moet meevallen. De recensies zijn zeer lovend. Liliane, de gastvrouw, is inderdaad een erg sympathieke dame en de thee is er erg lekker.

Eten: in Fumay zelf zijn er in feite twee mogelijkheden. 
  • L'hostellerie de la Vallée is een taveerne met een uitgebreide kaart, waar ik bijna altijd de Salade Landaise neem. Je krijgt er tamelijk grote porties en het is er lekker zonder meer. Het terras ligt aan de hoofdweg, dus voor mysofonen zoals ik kan dat ontradend werken. Binnen heb je daar geen last van maar dan mis je het bijzonder kader van dit stadje.
  • Daarnaast is er nog een pizzeria, Sous la Voute, waar je kan afhalen of blijven eten in een met leisteen overwelfde ruimte. De pizza's zijn niet speciaal.
  • Er is nog een derde mogelijkheid: aan de overkant van het plein ligt er een friterie-kebab-pizzeria. Wie zich daartoe aangetrokken voelt, mag ons altijd vertellen of het er lekker is.
Drinken: behalve "L'hostellerie de la vallée" en het theehuis dat bij "Au temps jadis" hoort, kan je nog elders drinken maar we hebben nog maar een drankgelegenheid uitgeprobeerd, namelijk Café l'Escale aan de kade. Het kader doet al het werk, wat de gulle lach van de gérante niet ten goede komt.

Meer informatie:
  • De regio zelf heeft een site met toeristische informatie, waar wij regelmatig zullen naar verwijzen: http://www.ardennes.com/
  • Fumay heeft geen eigen Office du tourisme. Daarvoor kan je naar de naburige gemeenten Rocroi, Monthermé of Vireux-Wallerand.

Bavay


(vervolg van Maubeuge)
 
's Anderendaags leidde de tocht naar het eigenlijke doel van deze reis: het Gallo-Romeinse Bagacum (beuken) dat nu Bavay heet. Samen met Tongeren vormde Bavay het belangrijkste knooppunt van heirwegen in het Gallië van Julius Caesar. Dat is nog altijd te zien aan 7 kaarsrechte wegen die van Bavay in alle windrichtingen vertrekken. Ze werden later - volgens half geschiedenis, half legende - geherwaardeerd door de 6-de eeuwse vorstin Brunhilde, een zeldzame vrouw in de pleiade van koningen van de vroege Middeleeuwen. Haar naam blijft vereeuwigd in het Nibelungenlied én in de namen van de straten waarlangs de heirwegen lopen. Van Bavay tot Tongeren heten hele stukken weg "Chaussée de Brunehaut". Op de markt staat haar standbeeld op een zevenhoekige sokkel met daarop de namen van de respectievelijke bestemmingen: Trier, Keulen (via Tongeren), Reims, Soissons, Amiens,  Doornik en Utrecht.
 
De kern van de zaak in Bavay is natuurlijk het Forum Romanum. Inderdaad, je hoeft er niet eens voor naar Rome: op anderhalf uur rijden van Gent ligt een uitgegraven Gallo-Romeins forum van enorme afmetingen. Het is deels gerestaureerd in baksteen maar je vindt er ook enkele authentieke plaveisels terug. Helaas is er nergens langs het parcours een woordje uitleg te zien. Wat dat betreft deed het denken aan de indrukwekkende abdij van Saint-Omer: overal ijzeren hekken die de weg versperren van weet-ik-waar naar nergens-heen, sporen van wat ooit de bescherming van een patrimonium moet geweest zijn, maar de uitbouw schoot er bij in. Wel heeft men de tijd en het geld gevonden voor een bescheiden Gallo-Romeins museum naast het forum, waar we korting kregen wegens de kerstperiode. Tussen 12 en 1 ging het dicht voor de lunchpauze. Rare jongens die Galliërs.

Van Bavay reden we door naar Le Quesnoy, een veel gezelliger vestingstadje dan Maubeuge, dat zijn redding van den Duits door Nieuw-Zeelandse legereenheden spitsvondig eert met straatnamen als "Place des All Blacks". Na een wandeling in het Forêt de Mormal - het grootste bos van het Noorden - was het tijd voor mijn verbeeld-je-wat-hier-ooit-was-moment: we reden langs de Chaussée de Brunehaut richting Cambrai en stopten aan de kruising met de rivier de Selle. Dit is volgens mijn geschiedenisgoeroe Jona Lendering de plaats waar Julius Caesar de Nerviërs en andere Belgen versloeg, onder leiding van Boduognat, in de "Slag bij de Sabis". Nu ligt er een voetgangersbrug over de uit de kluiten gewassen beek die de Selle slechts nog is. De rest is werk voor het geestesoog: Gallische krijgers die zich in stormloop op de Romeinse slagordes storten. Vervolgens roeide Caesar de stammen uit, vrouwen en kinderen eerst. Misschien leest later de jeugd op school ook over de heldendaden van de Islamitische Staat, mocht die alsnog de overwinning behalen.

Maubeuge


In 2005 hielden wij halt in Dieppe, onderweg naar Bretagne. Later verbleven we in Montreuil-sur-mer, Boulogne-sur-mer en reden we langs de binnenwegen door Frans Vlaanderen. We bezochten de volstrekt afgetakelde badstad Berck en zagen vierde wereldkinderen in Audruick (Ouderwijk). Onze reis naar Lotharingen voerde langs de versterkte stad Montmédy en het pittoreske Marville. We maakten een daguitstap naar Thuin en bezochten Binche op de terugweg. In 2014 bleven we na het familieweekend in Dinant en trokken we naar Beaumont, Philippeville, Couvin en de Lacs de l'Eau d'heure. In 2015 zochten we naar de graven van Vlaanderen in Saint-Omer, Thérouanne en Douai.

Het volk is lelijk, het regent er dikwijls, er zijn weinig toeristische voorzieningen en de helft van de restaurantjes heten friterie. Wat is het dan dat ons lokt? Wel, het is niet ver, de streek herbergt veel geschiedenis en natuur,  en er hangt een zweem van vroeger in de naar goeie boter ruikende bakkerijen, de luidruchtige dorpsmarktjes en de berkenbossen. Als het goed weer is, kan je uren wandelen of plezierritten maken langs kalme weggetjes, op naar weer een stukje Frans-Vlaamse historie.

En zo was het ook nu in december 2015: veel te warm voor de tijd van het jaar maar uitstekend verkenningsweer. Ik wilde per se naar Maubeuge, een oude vestingstad zoals ze bijna allemaal zijn langs de grens met ons land. De ganse streek is door de heer Vauban hertekend en naar zijn defensieve hand gezet. Wij raken er stilaan van overtuigd dat dit een megalomaan sujet moet zijn geweest, die niet alleen een missie had het land te verdedigen en zijn vorst te dienen, maar die vooral een immense voetafdruk wilde nalaten. Ik probeerde me in te leven in de bewoners van destijdse stadjes en of zij pruilden bij de visuele vervuiling van deze militaire nieuwlichter. Volgens haar hadden de mensen toen geen tijd voor zulke overpeinzingen.

Maubeuge had voor de rest de eer om Berck van de troon te stoten als lelijkste stadskern die we al hebben bezocht. De winkels zijn er opgetrokken als cementen raamwerken met daarin enkele beglazing. De huizen zijn van verbeeldingsarm beton. Langs de nochtans beloftevolle Samber liggen troosteloze lanen. Het Office du Tourisme heeft al wat voorradig was aan gezellige moderniteit opgeslorpt. Vanaf daar is het één en al verpauperde tristesse, met aartslelijke Galliërs er overheen. Een man, ik schat hem 28 maar hij zag er 50 uit, liep met een baby in een draagzak op de buik en een vette peuk in de mondhoek. Achteloos blies hij de walm uit over zijn spruit. Hij was maar één van de vele marginaliërs die we aantroffen op de kerstmarkt van Maubeuge, een lieu de horreur waar een aanslag door jihadi's nog een aangenaam intermezzo zou betekenen.

We logeerden in de Best Western langs de Avenue Jaurès. De jonge receptionist keek verbaasd naar mijn reservatie: slechts voor één nacht? Nog hoger gingen de wenkbrauwen toen ik hem enkele ogenblikken later kwam vragen of we een kamer met dubbel bed konden krijgen in plaats van twee enkele bedden. Geen probleem hoor, maar het was gewoon een niet zo gebruikelijk verzoek ... We aten in wat volgens Tripadvisor het tweede beste restaurant was van Maubeuge. De "escalope de poulet" bleek een eenvoudige kipfilet, zonder saus. Daarmee hees de sympathieke eettent zich inderdaad net boven de friterieën.


(wordt vervolgd in Bavay)