dinsdag 31 juli 2018

La voie verte Transardenne


Fumay ligt - zoals intussen bekend - aan de Maas. Langs die Maas ligt een jaagpad dat de Franse overheid heeft verbreed en geasfalteerd tot "La voie verte transardenne".

Hier vind je een overzicht van alle voie vertes in Frankrijk. Best een indrukwekkend netwerk en als ze alle van dezelfde kwaliteit zijn als de Transardenne, dan zeg ik "casquette"!

Fietsen kan je huren in Monthermé, Revin en Haybes. Zelf heb ik de Koga Miyata mee. Tot nu toe heb ik telkens een uurtje noordwaarts en zuidwaarts gereden, eerst tot Vireux en 's anderendaags tot Revin. Het is erg warm in de zomer van 2018 en dus hou ik het fietsen voor na 18u.

Het parcours is uiteraard vlak, want gelegen langs de Maas, maar toch wijkt het hier en daar af van het bekken en dan heb je korte nijdige stukjes, vooral wanneer het traject een dorp aandoet.

Hier kan je gratis een boekje downloaden met het volledige traject van 117 km, van Givet naar Remilly-Aillicourt.



Het woud van Hargnies

Wandelen kan in de Maasvallei natuurlijk langs de Maas, maar in de Franse Ardennen is het vooral de bedoeling de bossen in te trekken. Dat deden wij een eerste schuchtere keer in het woud van Hargnies.

Hargnies ligt ten noordoosten van Fumay, op het kruispunt van de départementales 7 en 989, die respectievelijk Haybes met het Belgische Willerzie (Gédinne) en Vireux met Monthermé verbinden. Het is omgeven door bossen, waarin tal van verharde "routes forestales" het erg makkelijk wandelen maken. Toch opletten, want de heuvelrug daalt in westelijke richting snel naar de Maas en in oostelijke richting nog sneller naar de Houille, een zijrivier van de Maas met bron in Gédinne en monding in Givet. En "what goes down, must come up".

Die Houille lijkt me overigens een interessante rivier om eens te volgen. Tussen Vencimont en Landrichamps ligt daar enkel een uitgestrekt woud en één dorpje, Felenne, dat volgens mij een van de meest afgelegen oorden van België moet zijn.

Onze wandeling keken we af van Wikiloc, een alternatief voor Routeyou dat alvast in deze streek meer in zwang lijkt. Ik heb de app gedownload en denk er sterk over om met te abonneren op de betalende versie voor 5€ per jaar.

De tocht was iets meer dan 7 km lang en loopt over glooiende verharde weg. De kloven van de Houille bereikten we net niet. Dat is voor een volgende keer. Behalve twee houtzagers met een hoog Deliverance-gehalte - ze aten hun boterhammekes terwijl de met tractor aangedreven boomzaag nog vrolijk stond te tuffen en keken ons onbehaaglijk lang na - zagen we niemand. Het hoogseizoen zal hier de herfst wel zijn.

vrijdag 27 juli 2018

Wielertoerisme rond Fumay

Enkele routes die ik al dan niet heb gefietst:

  1. Over the hills but not too far away  - 63 km en bijna 1000 hoogtemeters (platter alternatief)
  2. Ticket naar Orval - 120 km naar de abdij van Orval, grotendeels langs de Voie Verte en dus maar 532 hoogtemeters
  3. Heen en terug naar Chimay - die abdij ligt wat dichterbij en een retourtje behoort dus tot de mogelijkheden, met 637 hoogtemeters voor 74 km.
  4. Grensoverschrijdend peddelen - een ritje vanuit het Belgische Willerzie, waar vriend Alain een stulpje heeft, naar omliggende dorpen
  5. Vireux verkennen - opnieuw starten in Willerzie, rustig dalen naar Vireux, terug langs de Maas en eindigen met de helling van Hargnies
  6. Charnois-Charnois - voie verte en dan de heuvels van Beauraing of omgekeerd (71, 837)
  7. Hierges - Mariembourg - naar het kasteel van Hierges, de Ravel naar Mariembourg en via Regniessart naar huis (62, 608)
  8. De Thiérache - van de Lac des vieilles forges naar het hageland, het kasteel van Montcornet en terug

Fumay - toeristische informatie


Fumay heeft een industriële geschiedenis als voormalige hoofdstad van de leisteen. In het Frans heet dit "l'ardoise". De winning van leisteen heeft aanzienlijke holtes uitgegraven in het centrum van Fumay. Volgens de notaris moeten we ons daar geen zorgen over maken. De "ardoisières" zijn niet toegankelijk voor het publiek: de meeste grotten zijn intussen ondergelopen met grondwater en water van de Maas. Jammer, want deze milde speleologie zou een aantrekkingspool kunnen zijn.


Activiteiten

Wie zijn claustrofobie niet op de proef kan stellen, kan dat misschien wel met zijn hoogtevrees. Fumay beschikt over een avonturenpark, "Terraltitude". De spectaculairste attractie is ongetwijfeld die waarbij men vastgebonden op een plank met het hoofd vooruit van een kabel over de Maas zoeft.


Op de hellingen die Fumay omzomen, kan je enkele ontboste stukjes zien vanwaar de parapentisten vertrekken. Ik ben niet thuis in die wereld en neem aan dat de liefhebbers zelf best weten hoe daar te geraken. Alvast een sfeerbeeld:



Voor de iets kalmere en vooral rijkere toeristen onder ons, beschikt Fumay over een haventje met een eigen capitainerie, waar je je kan melden om je yacht aan te meren.

Voorts kan je er fietsen en wandelen:
  • Wandelen: hiervoor plukken we de wandelingen van WikiLoc. Wij hebben tot nog toe enkel korte wandelingen gemaakt langs weerskanten van de Maas en in het dorp.
  • Rustig fietsen: Fumay ligt aan de Voie verte, een jaagpad langs de Maas. Het stuk dat als "voie verte" is aangeduid, loopt van Givet tot aan Remilly-Aillicourt, ten zuiden van Sedan. Dit parcours is uiteraard volledig vlak, op enkele bruggen na die je van de ene oever naar de andere leiden en korte stukjes door de stadjes langs de Maas.
  • Sportief fietsen: zelf ben ik niet vies van een stukje wielertoerisme en gebruik ik Fumay als uitvalsbasis. Meer hierover op Wielertoerisme rond Fumay.
Zwemmen kan binnen en buiten
  • Het zwembad van Fumay hebben we zelf nog niet geprobeerd maar krijgt heel goeie recensies, alleen de openingstijden stemmen tot ontevredenheid.
  • We hebben al onverlaten in de Maas zien zwemmen, maar dat zouden we toch niet aanraden. Op een kwartiertje ligt het waterpark van le lac des vieilles forges. In de hete zomer van 2018 was het water erg warm. Het deed ons een beetje denken aan Lake of the Ozarks, uit de gelijknamige serie.
Verblijf: voor een gastenverblijf raden we de Chambre d'Hotes "Au temps jadis" aan. Het is mooi gelegen langs de kade van de Maas. Zelf verbleven we er nog niet, dus we kunnen niet zeggen of de nabijgelegen brug 's nachts voor hinder zorgt, maar er is dan erg weinig verkeer dus dat moet meevallen. De recensies zijn zeer lovend. Liliane, de gastvrouw, is inderdaad een erg sympathieke dame en de thee is er erg lekker.

Eten: in Fumay zelf zijn er in feite twee mogelijkheden. 
  • L'hostellerie de la Vallée is een taveerne met een uitgebreide kaart, waar ik bijna altijd de Salade Landaise neem. Je krijgt er tamelijk grote porties en het is er lekker zonder meer. Het terras ligt aan de hoofdweg, dus voor mysofonen zoals ik kan dat ontradend werken. Binnen heb je daar geen last van maar dan mis je het bijzonder kader van dit stadje.
  • Daarnaast is er nog een pizzeria, Sous la Voute, waar je kan afhalen of blijven eten in een met leisteen overwelfde ruimte. De pizza's zijn niet speciaal.
  • Er is nog een derde mogelijkheid: aan de overkant van het plein ligt er een friterie-kebab-pizzeria. Wie zich daartoe aangetrokken voelt, mag ons altijd vertellen of het er lekker is.
Drinken: behalve "L'hostellerie de la vallée" en het theehuis dat bij "Au temps jadis" hoort, kan je nog elders drinken maar we hebben nog maar een drankgelegenheid uitgeprobeerd, namelijk Café l'Escale aan de kade. Het kader doet al het werk, wat de gulle lach van de gérante niet ten goede komt.

Meer informatie:
  • De regio zelf heeft een site met toeristische informatie, waar wij regelmatig zullen naar verwijzen: http://www.ardennes.com/
  • Fumay heeft geen eigen Office du tourisme. Daarvoor kan je naar de naburige gemeenten Rocroi, Monthermé of Vireux-Wallerand.

Bavay


(vervolg van Maubeuge)
 
's Anderendaags leidde de tocht naar het eigenlijke doel van deze reis: het Gallo-Romeinse Bagacum (beuken) dat nu Bavay heet. Samen met Tongeren vormde Bavay het belangrijkste knooppunt van heirwegen in het Gallië van Julius Caesar. Dat is nog altijd te zien aan 7 kaarsrechte wegen die van Bavay in alle windrichtingen vertrekken. Ze werden later - volgens half geschiedenis, half legende - geherwaardeerd door de 6-de eeuwse vorstin Brunhilde, een zeldzame vrouw in de pleiade van koningen van de vroege Middeleeuwen. Haar naam blijft vereeuwigd in het Nibelungenlied én in de namen van de straten waarlangs de heirwegen lopen. Van Bavay tot Tongeren heten hele stukken weg "Chaussée de Brunehaut". Op de markt staat haar standbeeld op een zevenhoekige sokkel met daarop de namen van de respectievelijke bestemmingen: Trier, Keulen (via Tongeren), Reims, Soissons, Amiens,  Doornik en Utrecht.
 
De kern van de zaak in Bavay is natuurlijk het Forum Romanum. Inderdaad, je hoeft er niet eens voor naar Rome: op anderhalf uur rijden van Gent ligt een uitgegraven Gallo-Romeins forum van enorme afmetingen. Het is deels gerestaureerd in baksteen maar je vindt er ook enkele authentieke plaveisels terug. Helaas is er nergens langs het parcours een woordje uitleg te zien. Wat dat betreft deed het denken aan de indrukwekkende abdij van Saint-Omer: overal ijzeren hekken die de weg versperren van weet-ik-waar naar nergens-heen, sporen van wat ooit de bescherming van een patrimonium moet geweest zijn, maar de uitbouw schoot er bij in. Wel heeft men de tijd en het geld gevonden voor een bescheiden Gallo-Romeins museum naast het forum, waar we korting kregen wegens de kerstperiode. Tussen 12 en 1 ging het dicht voor de lunchpauze. Rare jongens die Galliërs.

Van Bavay reden we door naar Le Quesnoy, een veel gezelliger vestingstadje dan Maubeuge, dat zijn redding van den Duits door Nieuw-Zeelandse legereenheden spitsvondig eert met straatnamen als "Place des All Blacks". Na een wandeling in het Forêt de Mormal - het grootste bos van het Noorden - was het tijd voor mijn verbeeld-je-wat-hier-ooit-was-moment: we reden langs de Chaussée de Brunehaut richting Cambrai en stopten aan de kruising met de rivier de Selle. Dit is volgens mijn geschiedenisgoeroe Jona Lendering de plaats waar Julius Caesar de Nerviërs en andere Belgen versloeg, onder leiding van Boduognat, in de "Slag bij de Sabis". Nu ligt er een voetgangersbrug over de uit de kluiten gewassen beek die de Selle slechts nog is. De rest is werk voor het geestesoog: Gallische krijgers die zich in stormloop op de Romeinse slagordes storten. Vervolgens roeide Caesar de stammen uit, vrouwen en kinderen eerst. Misschien leest later de jeugd op school ook over de heldendaden van de Islamitische Staat, mocht die alsnog de overwinning behalen.

Maubeuge


In 2005 hielden wij halt in Dieppe, onderweg naar Bretagne. Later verbleven we in Montreuil-sur-mer, Boulogne-sur-mer en reden we langs de binnenwegen door Frans Vlaanderen. We bezochten de volstrekt afgetakelde badstad Berck en zagen vierde wereldkinderen in Audruick (Ouderwijk). Onze reis naar Lotharingen voerde langs de versterkte stad Montmédy en het pittoreske Marville. We maakten een daguitstap naar Thuin en bezochten Binche op de terugweg. In 2014 bleven we na het familieweekend in Dinant en trokken we naar Beaumont, Philippeville, Couvin en de Lacs de l'Eau d'heure. In 2015 zochten we naar de graven van Vlaanderen in Saint-Omer, Thérouanne en Douai.

Het volk is lelijk, het regent er dikwijls, er zijn weinig toeristische voorzieningen en de helft van de restaurantjes heten friterie. Wat is het dan dat ons lokt? Wel, het is niet ver, de streek herbergt veel geschiedenis en natuur,  en er hangt een zweem van vroeger in de naar goeie boter ruikende bakkerijen, de luidruchtige dorpsmarktjes en de berkenbossen. Als het goed weer is, kan je uren wandelen of plezierritten maken langs kalme weggetjes, op naar weer een stukje Frans-Vlaamse historie.

En zo was het ook nu in december 2015: veel te warm voor de tijd van het jaar maar uitstekend verkenningsweer. Ik wilde per se naar Maubeuge, een oude vestingstad zoals ze bijna allemaal zijn langs de grens met ons land. De ganse streek is door de heer Vauban hertekend en naar zijn defensieve hand gezet. Wij raken er stilaan van overtuigd dat dit een megalomaan sujet moet zijn geweest, die niet alleen een missie had het land te verdedigen en zijn vorst te dienen, maar die vooral een immense voetafdruk wilde nalaten. Ik probeerde me in te leven in de bewoners van destijdse stadjes en of zij pruilden bij de visuele vervuiling van deze militaire nieuwlichter. Volgens haar hadden de mensen toen geen tijd voor zulke overpeinzingen.

Maubeuge had voor de rest de eer om Berck van de troon te stoten als lelijkste stadskern die we al hebben bezocht. De winkels zijn er opgetrokken als cementen raamwerken met daarin enkele beglazing. De huizen zijn van verbeeldingsarm beton. Langs de nochtans beloftevolle Samber liggen troosteloze lanen. Het Office du Tourisme heeft al wat voorradig was aan gezellige moderniteit opgeslorpt. Vanaf daar is het één en al verpauperde tristesse, met aartslelijke Galliërs er overheen. Een man, ik schat hem 28 maar hij zag er 50 uit, liep met een baby in een draagzak op de buik en een vette peuk in de mondhoek. Achteloos blies hij de walm uit over zijn spruit. Hij was maar één van de vele marginaliërs die we aantroffen op de kerstmarkt van Maubeuge, een lieu de horreur waar een aanslag door jihadi's nog een aangenaam intermezzo zou betekenen.

We logeerden in de Best Western langs de Avenue Jaurès. De jonge receptionist keek verbaasd naar mijn reservatie: slechts voor één nacht? Nog hoger gingen de wenkbrauwen toen ik hem enkele ogenblikken later kwam vragen of we een kamer met dubbel bed konden krijgen in plaats van twee enkele bedden. Geen probleem hoor, maar het was gewoon een niet zo gebruikelijk verzoek ... We aten in wat volgens Tripadvisor het tweede beste restaurant was van Maubeuge. De "escalope de poulet" bleek een eenvoudige kipfilet, zonder saus. Daarmee hees de sympathieke eettent zich inderdaad net boven de friterieën.


(wordt vervolgd in Bavay)

Charleville-Mézières


De grootste stad van de Ardennen, Charleville-Mézières, is de geboorteplaats van Arthur Rimbaud. Dit wonderkind publiceerde tussen zijn 16 en zijn 22 enkele gedichten, trok Verlaine aan en stootte hem weer af, om te eindigen als avonturier en wapenhandelaar. Hij haatte zoniet alles, dan toch zeker zijn geboorteplek. Des te cynischer is het dat de gemeente een museum aan hem heeft gewijd, zijn geboortehuis heeft opgengesteld en de wegen rondom  heeft gebundeld in een Rimbaud-Verlaine-route. Leuk trouwens voor de echtgenote van Verlaine, die in die driehoeksverhouding de grootste pineut was. Zij kon misschien nog wel verdragen dat haar man homo was, maar niet dat hij zich liet beduivelen door een snotjong. Een “route Mathilde Mauté” is er niet – je moet zelfs moeite doen haar naam terug te vinden.

Na een overgangsnacht in een Ibis langs de grote weg, bezochten we de voornaamste bezienswaardigheden van de stad: het centrale plein “Place Ducale”, het Musée d’Ardennes dat nogal kakafonisch oogt maar daarom niet minder interessant is en als hoogtepunt de reuzengrote straatmarionet, die elk uur een passage vertelt uit de sage van de Vier Heemskinderen. Nu ligt die sage mij als Dendermondenaar nogal nauw aan het hart maar herhaalde reizen naar de Maasvallei doen mij definitief besluiten dat de legende eerder hier te situeren valt dan aan de Dendermonding. Wij hebben die folklore gestolen van de Ardennen en er een spektakel van gemaakt met mondiale allure. Hier, in Dinant, Bogny-sur-Meuse of Charleville, is die folklore diep geworteld. Dat ze in Charleville door een marionet wordt uitgebeeld, ligt aan de lange traditie van de stad inzake touwtjespoppen. Je ziet ze overal in de stad, die jaarlijks een marionettenfestival houd

We overnachtten in het centrum, wat ons toeliet lekker te gaan eten “Chez Toshi”. De aankomst in het hotel verliep met horten en stoten: ik had bij Booking de verkeerde datum opgegeven en dat zorgde voor grote verwarring bij de dwerg aan de balie. Hij zag er niet uit alsof hij een hotel kon beheren maar hij deed wel erg zijn best. Zijn ringtone speelde Sandstorm van Darude (een kanjer van een deun, moet ik wel zeggen!). ’s Avonds hield zijn collega de wacht, die ook al recht uit een schilderij van Jeroen Bos kwam gekropen. En de dame die ’s morgens het ontbijt verzorgde leek zelfs wat mentaal gehandicapt. Het internet bracht de verklaring: dit hotel wordt uitgebaat door een vereniging die ijvert voor de reïntegratie van mensen met een beperking. Heel nobel en plots smolten onze twijfels en harten, al blijft het wel een beetje vreemd om dat net in de wereld van het gastvrije comfort uit te proberen.

In de ban van de Vier Heemskinderen en aangespoord door prenten uit het museum zochten we het Chateau des Fées. Dat zou model gestaan hebben voor Montessor, het slot van Reinout van Montalbaen en zijn drie broers. Met veel moeite vonden we het want het stond nergens aangegeven. Mijn spoorzoekerij en Domie haar opmerkzaamheid vermoedden het achter een copie van de Lourdesgrot in Montcy-Notre-Dame. Er was geen toegang, geen betaling, geen uitleg en amper meer dan blootgelegde fundamenten, maar wij vonden het prachtig!

We overbrugden de middag in de kerk van Mézières waar zich een wonderlijke collectie glasramen ontvouwde. Tussen 1955 en 1979 vormden ze het levenswerk van René Dürrbach, een vriend van Picasso. De glasramen beschrijven is een lastige opdracht: ze zijn opgevat volgens een symboliek van lijnen en  kleuren die best tot zijn recht komt levende lijve. Wij kregen een kunstzinnige ervaring die de meeste tentoonstellingen in musea overtrof en voor een keer een uitleg die hout sneed, in vergelijking met de hoogdravende tralala die de herinrichting van het MSK begeleidt.

In de namiddag kwam eindelijk Rimbaud aan de beurt. Een museum over een dichter is altijd een beetje vreemd: woorden laten zich niet graag lezen aan een muur. Zijn levensverhaal is schilderachtig maar ook tragisch en het heeft verder niet meer geleid tot grote kunst. Toch inspireerde het, zoals bijna elk museum in mij iets wakker maakt. ’s Avonds componeerde ik een pastiche op zijn illustere “Voyelles”:

Absynthetisch


A, scharlaken passie, harteklop en klaproos
eerst in de schakering van dit klankgedicht
E is zilverwit en tint de letters licht
Scherp en dof ontsteekt ze schitterende salvo's

I is irisgeel, verbeeldt intelligentie
Montert op en toch is dit een lichtgewicht
O, kobalt, beladen met de koningsplicht
onverstoorbaar donker in de dominantie

Duwen samenhorig hun gebuur naar buiten
nukkig vindt U schutting in zijn eigen groen
Hun kunstmatig spel is hoe dan ook ontwricht

Goud uit Griekenland doet alle ogen tuiten
durft wel, want hij komt hier al bij al niks doen
Man van weinig woorden, sympathiek gezicht