Aangezien het Vlaamse
platteland volgebouwd raakt, we geen heil zien in de cultureel-religieuze
evolutie van onze steden en we voor de enclaves van de bourgeoisie financieel
tekortschieten, richten Dominiek en ik al geruime tijd onze blik op de gronden in Noord-Frankrijk, een prachtig gebied dat een idee geeft hoe Vlaanderen er vroeger
kan uitgezien hebben: bossen, weiden, beken en hier en daar een dorp. Van de
bewoners hoeven we weinig concurrentie te vrezen: zij sparen een vol jaar voor
een Halloween-uitrusting. De levensverwachting ligt rond de veertig, getuige de
vele cafés en tabakszaken. Er wordt echter druk aan de conditie gewerkt want
iedereen draagt een training.
Na Saint-Omer, Douai,
Binche, Philippeville, Valenciennes en Maubeuge richtten we onze pijlen nu op de Franse Ardennen en vooral de daarin
meanderende Maas.
In 2015 had Google
Satelliet ons een prachtig dorp getoond dat in zo’n meander ligt: Fumay. We
wandelden op en neer de kade en af en toe naar het dorpsplein. Overal zagen we
bordjes “te koop”. Aan het enige immo-kantoor keken we met stijgende verbazing
naar de prijzen. Een terrein langs de Maas met onafgewerkt chalet: 40 000. Een
instapklaar huis aan het dorpsplein: ook 40 000. Op de site keken we verder:
een kasteel met 11 kamers en een grote tuin, hier en daar wat werk aan: 180
000. Men begrijpt dat wij, in volle reconversie en in vakantiestemming, hier
plots een toekomst zagen, al was het één die zich louter in het herfstverlof
afspeelt. We maakten een afspraak met Richard Gonzales, de sympathieke makelaar
van Côté France Immobilier. Hij liet ons tegen beter weten in een kijkje nemen
in onze dromen, want hij leek te weten dat wíj zijn Hyundai niet zouden helpen
afbetalen.
Meer valt er niet te
vertellen over onze reis in Fumay, behalve dat we via AirB&B gevallen waren
op een kamer in een herenhuis aan de Maas. Het behoorde toe aan een
Parisienne die business consultant was, schilderes en dichteres en naar eigen
zeggen toekomstige burgemeester van Fumay. Haar vitaliteit stak inderdaad af
tegen de ingeslapen levensvormen die we er verder waarnamen. Zelfs een gebroken
been hield haar niet tegen om de hele tijd in beweging te zijn. Dat verklaarde
meteen wat we de dagen voordien hadden gehoord boven ons: de bureaustoel
waarmee ze zich door haar huis verplaatste. Wij maakten daar geen gewag van in
onze review op AirB&B, wat haar niet verhinderde te schrijven hoe spijtig
het was dat we haar aanbod hadden afgeslagen om samen gezellig te
aperitieven. De slaven die ze geronseld had in de streek, een jongeman met
schilderambities en een zelfingebeelde beste vriendin die haar knipmesbuigend
van dienst was, keken afkeurend: men zegt niet neen tegen de Jonkvrouwe, zelfs
niet als men herstelt van ziekte!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten