vrijdag 27 juli 2018

Een eigen huis in Fumay - poging 1

(vervolg van: Fumay)
Drie jaar later zijn we weer in Fumay en niet zomaar: we hebben er een huis gekocht en wel op het grootste plein van de stad, la place Aristide Briand. Dat ging niet zonder slag of stoot. In "Fumay" kon u al lezen dat we in zee waren gegaan met Côté Immo France, die het merendeel van de vrije huizen "in mandaat" hebben. Via hen kwamen we een huis met grote tuin op het spoor, aan de Maas! Dat was precies wat ik wilde, groot liefhebber van rivieren en op zoek naar rust en stilte. Het bevond zich wel in Revin, een buurstad stroomopwaarts van Fumay.

De makelaar die ons het huis zou tonen was ene Mathieu. Hij was na telefonisch contact bereid om ons te ontvangen op zaterdagmiddag 12 uur. Voorbij Charleroi was het al duidelijk dat we minstens een kwartier vertraging zouden hebben. Ik greep naar de telefoon, die echter al rinkelde met de naam van Mathieu. Hij vroeg waar we bleven want het was al 20 over elf. Ik herinnerde hem aan de afspraak maar plots werd zijn toon heel hoog en principieel. "Non monsieur, non! De afspraak was 11u en ik sta hier al 20 minuten te wachten. Het is zaterdag en normaal werk ik dan niet, maar speciaal voor u (...) en wat krijg ik als dank?"

Dit beloofde niet veel goeds. Ik zette de wagen aan de kant om beleefd aan de telefoon ruzie te maken in het Frans. Alle vier de aspecten gaan niet goed samen met autorijden. De ruzie lukte, het Frans ook nog verbazend goed, maar de beleefdheid schoot er bij in, vooral langs zijn kant. Ik gooide het over de klantvriendelijke boeg, dat hij toch op een andere toon moest converseren als hij mij een huis wilde verkopen. Maar hij vond kennelijk dat de onderhandelingsbalans in zijn voordeel was: over tien minuten ben ik hier weg. En hij had geen ongelijk: wij waren al voorbij Charleroi gereden en hoewel je rationeel geen zaken wil doen met een hork, ben je emotioneel toch al een eind ver.

Na drie telefoontjes, één met Gonzales en nog twee met Mathieu, wilde hij toch op ons wachten en toonde hij het huis. Het lag aan de Maas, er was nog werk aan maar ik was vastberaden en voor die prijs ... Een paar weken later zaten we bij de notaris, Jean-Louis Maquenne. Hij ontvangt met de welwillendheid van een kasteelheer die heer en meester is over de streek en dat is niet ver naast de waarheid. Terwijl zijn manchetknopen tegen het eikenhout ratelden, toonde hij ons "le projèt", dat wil zeggen de plattegrond zoals die bij het kadaster is gekend. Met oranje fluostift kleurde hij "ons" stuk in. Halfweg richting Maas stopte de stift. "Et ... le reste", vroeg ik, wijzend naar een lot met nummer 84? "Ah, ik kan u niet verkopen wat niet toebehoort aan de verkoper, hoe graag ik dat ook zou willen".

Wij keken naar de plaatsvervanger van Mathieu, die om redenen die ik ter inkorting van dit verhaal niet vermeld, niet ter plekke kon komen, en die plaatsvervanger keek met plaatsvervangende schaamte. Mathieu had zijn huiswerk niet gemaakt en zich door de verkoper laten wijsmaken dat de tweede helft van de tuin ook tot de eigendom behoorde, terwijl hij dat stuk gewoon ingepalmd had van de gemeente. Even later zaten we gezellig bij Richard op kantoor, die belde met de eigenaar en met de gemeente om de versie van de notaris te bevestigen. De eigenaar wilde nog niet meteen toegeven dat hij de boel bedrogen had, maar kon op de duur niet anders dan zich enigszins herinneren dat het misschien wel waar was dat hij maar de helft van de grond bezat. Om het feest compleet te maken, kwam Mathieu nog toe, in witte party-kledij. Hij belde nog eens met de eigenaar, om ongeveer hetzelfde gesprek te voeren en gaf die vervolgens aan ons door, om ons te paaien met nog een korting van tweeduizend euro.

Wij gaven Richard, Mathieu en zijn plaatsvervanger de opdracht om te kijken of de gemeente bereid was om lot 84 te verkopen en trokken met lood in de schoenen en stijgende verontwaardiging naar huis.

(wordt vervolgd in "Een eigen huis in Fumay  - poging 2")

Geen opmerkingen:

Een reactie posten